8 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith. (1a) O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.   2Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.   3Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;   4Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?   5En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?   6Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;   7Schapen en ossen, alle die; ook mede de dieren des velds.   8Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeen doorwandelt.   9[ (Psalms 8:10) O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! ]  
Can i read the Bible on my phone/tablet?
Selected Verses