6 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth, op de Scheminith. (1a) O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!   2Wees mij genadig, HEERE, want ik ben verzwakt; genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.   3Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?   4Keer weder, HEERE, red mijn ziel; verlos mij, om Uwer goedertierenheid wil.   5Want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?   6Ik ben moede van mijn zuchten; ik doe mijn bed den gansen nacht zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen.   7Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.   8Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.   9De HEERE heeft mijn smeking gehoord; de HEERE zal mijn gebed aannemen.   10[ (Psalms 6:11) Al mijn vijanden zullen zeer beschaamd en verbaasd worden; zij zullen terugkeren, zij zullen in een ogenblik beschaamd worden. ]  
Can i read the Bible on my phone/tablet?
Selected Verses